zondag 3 februari 2013

Regen in het Krugerpark

Eind januari had Zuid Afrika opnieuw te kampen met hevige regenbuien.
Afrika heeft een reputatie op gebied van onweer, voornamelijk in de bosrijke regio's.
Met name de oerwouden van Congo, in centraal Afrika, langs de Congorivier, worden ieder jaar weer getroffen door langdurig natuurgeweld van donder en bliksem, die gepaard gaan met dagenlangen regenbuien.

Ook Kruger is niet ontkomen aan de wateroverlast.

Grote hoeveelheden regen, die in het noorden naar beneden komen, zoeken in ontstuimige wildwaterbanen een uitweg naar de Indische Oceaan.
Op hun weg daarheen passeert het water het Krugerpark.
Enkele parkbezoekers moesten zelfs per helicopter geëvacueerd worden, ze konden geen kant meer op door wassende water, dat buiten de rivieroevers getreden was.

Tijdelijk waren de toegangen tot het park afgesloten.
Restcamp Shingwedzi - zie foto - is nog steeds niet toegangelijk, eerst moet de schade hersteld worden.


Afgelopen donderdag zijn Marjo en Fred in Johannesburg geland.
Zonder Rene. Hij moest, zeer tot zijn spijt, op het laatste moment, vanwege privé omstandigheden, afzeggen.

Tijdens de rit van het vliegveld naar Skukuza werden ze overdonderd door een hevige onweersbui waarbij de bliksem niet van de lucht was en diverse malen insloeg.
Een keer zelfs op nog geen 600 meter van de auto vandaan!!
Een blauwe bliksemschicht schoot met een vonken regen van wel tien meter uit het struikgewas omhoog.
De regenval werd zo hevig dat er nog maar 25 meter zicht was.
Veel automobilisten stopten langs de kant van de snelweg en dat gaf weer het nodige spectakel met vrachtwagens.

Het oponthoud en de boodschappen bij de locale supermakt in Hazyview noopten tot haast.
Om zes uur wordt Paul Kruger-gate gesloten.
In record tijd waren de boodschappen gedaan en juist 10 minuten vóór tijd werd het park bereikt.
Eenmaal veilig op het terrasje van het rondavel in Skukuza werd de overtrekkende onweersbui een schitterend natuurspectakel. De regen kwam met bakken uit de lucht....

De volgende dag stond een bezoek aan Arend en Truus in Marloth park op het programma.
Truus en Arend zijn permanent hier komen wonen, vlak bij Crocodile Bridge, enkele kilometers van het park. Arend heeft vele jaren in Dierenpark Amersfoort gewerkt en is nu gepensioneerd. Het onthaal door Truus met vers gebakken appeltaart en koffie was erg hartelijk en gezellig.
Heel bijzonder ver van huis 'vrienden van vroeger' te kunnen ontmoeten.

Onderweg vlogen enorme zwermen Europese boeren zwaluwen hoog in de lucht. Te bedenken dat die met slechts 2 gram vet een 9.000 km overtocht maken. Dat is indrukwekkend, om stil van te worden.
Even verderop scharrelde een zwarte neushoorn tussen de struiken.
Dat is uitzonderlijk, omdat deze dieren uiterst zeldzaam zijn. Zelfs hier in het krugerreservaat.

Ineens staat een aantal auto's op de weg stil.
Geen file, maar warme belangstelling voor twee sub adult cheetah's, bijna volgroeide jachtluipaarden.
Tja, Marjo wil nooit achter in de rij staan dus tussen alles en iedereen door naar voren.
Kijken die twee dieren de andere kant op, dan helpt maar één ding: het Cheetah fluitje.
Fred heeft dat door zijn ervaring in het park thuis perfect leren nadoen en....ja het werkt, ook in het wild!!!
Rap draaiden ze beide rap hun hoofd, om te zien wie hun riep. Na verloop van tijd nog eens gefloten.
Beide dieren rennen voor de auto langs het bos in op zoek naar de fluitspeler......

De foto is van Marleen Huyge, 2012

Het huisje in Skukuza, moet met hand en tand beschermd worden tegen troepen bavianen die op zoek zijn naar voedsel in de verschillende rondavels. Alles plunderend en omgooiend banen zij zich een weg door het afval.
Na een luide brul van Marjo wisten ze niet hoe snel ze weg moesten komen. Een chaos achter zich latend.

De volgende dag begon om 9:00 uur begon een bijeenkomst met de 161 Honnory Rangers van het zuidelijke gedeelte van het Kruger. Zij verzorgen de gastheerfunctie bij bushcamps in de wildernis.
Koken, boodschappen doen, schoonmaken en soms mee op een excursie. Verder doen ze veel aan ruimen van zwerf vuil, verzamelen van exotische planten en informeren zij de bezoekers van het park.
Deze rangers houden zich ook bezich met de rhino campagne against poaching.
Ook in het Krugerpark worden jaarlijks steeds meer neushoorns afgeslacht vanwege de vermeend potentie verhogende werking van de hoorn.
Dit jaar alleen al, in de eerste maand, zijn er weer 42!!! om de hoorn gedood.
En dan te weten dat neushoornhoorn hetzelfde materiaal is als menselijk haar en nagels.

De foto is van Fred Vis, 2013

Voor de anti-stroperije-campagne zijn er rode kunststof neushoorn-hoorns te koop om als statement op de moterkap van de auto te monteren.
Maar niemand van de organisatie rijdt er mee!!!
Bezoekers worden verzocht hun visie op de neushoorn campagne te geven.
Marjo maakt desgevraagd duidelijk dat je zelf het voorbeeld moet geven om een actie succesvol te maken.
Tot op heden zijn er maar weinig plastic hoorns te zien op de bedrijfsauto's van Kruger.
Hoezo staan ze achter de actie? Natuurlijk wel, maar het moet beter.
Dus de plastic hoorns aan de gates gaan verkopen en in alle kampen. De boodschap kwam over......

dinsdag 29 januari 2013

The magnificent seven

Terwijl Marjo met Fred en Rene onderweg zijn naar Zuid Afrika, kan ik wel iets vertellen over het Museum van De Afrikaanse Olifant in het restcamp van Letaba.

Voor de deur staat een enorme sculptuur van een Afrikaanse olifant. Het bijzondere beeld behoort zonder twijfel tot de 10 tien van s'wereld meest opmerkelijke olifantsbeelden.
Binnen wordt, in een museale omgeving, de geschiedenis van zeven legendarische olifantbullen verhaald en worden hun enorme ivoren slagtanden tentoongesteld.
Olifantstieren, die zo'n 70 jaar geleden, vlak na de opzet van het reservaat, in het park rond gelopen hebben.
Ze hebben allemaal een eigen identiteit en een eigen verhaal.


Dzombo ( ca. 1935 - 1983 )
is genoemd naar de Dzombo rivier, die door de vlakte van Mopani stroomt.
Zijn naam betekent: wachten op iets dat langzaam komt. Hij is 50 jaar oud geworden.
Hij is de enige olifant, die door stropers om het leven is gebracht. De stroper, uit Mozambique, werd daarbij op heterdaad betrapt, zodat zijn slagtanden bewaard zijn gebleven.
Die worden nu binnen in het museum bewaard.

De andere 6 olifanten zijn allemaal een min of meer 'natuurlijke' dood gestorven.

Joao
is Portugees voor Jan.
Hij had de zwaarste slagtanden van het stel, 130 kilo in totaal aan ivoor, en mat 3,40 meter tot aan schouderhoogte.
In 1982 overleefde hij een stropersaanval.
Later zijn beide slagtanden, waarschijnlijk in een gevecht, afgebroken.
Die zijn nooit teruggevonden en kunnen daarom niet tentoongesteld worden.

Kambaku ( ca. 1930 - 1985 )
werd altijd alleen gesignaleerd, een typische lonely bull.
Zij naam is Tsonga ( Zuid Afrikaanse taal ) voor 'oude olifantstier'.
In zijn linker oor zat een perfect rond gat met een diameter van zo'n 5 centimeter.
Tijdens een rooftocht door suikerrietvelden bij Crocoldile River in 1985 werd hij aangeschoten door een ranger.
Hij overleefde het schot maar omdat hij later niet meer kon open van de pijn werd hij genadig uit zijn lijden verlost.

Mafunyane
doet zijn naam 'de prikkerbare' eer aan, hij was erg temperamentvol en was behoorlijk onverdraagzaam tegenover mensen. Hij was schuw van aard, trok zich graag terug in de bossen en werd zelden waargenomen.
In zijn voorhoofd had hij - vreemd genoeg - een gat, waardoor hij kon ademen.
Zijn slagtanden lopen bijna perfect recht naar beneden en zijn onderaan afgeslepen, omdat ze over de grond schuurden.
Hij is 57 jaar oud geworden. Zijn lichamelijk overschot werd op 16 november 1983 bij de Tari Rivier gevonden.

Ndlulamithi ( ca. 1927 - 1985 )
betekent 'groter dan bomen' in het Tsonga.
Hij was agressief en liet zich zelden zien.
Hij werd dood gevonden bij Nkokodzi Spruit.

Shawu
is genoemd naar de Shawu vallei, waar hij vaak werd aangetroffen.
Hij zwierf in een heel langzaam tempo rond op de vlakte tussen de rivieren de Letaba en de Shingwedzi en de Lemomombo heuvels. Hij deed er zes maanden over om op zijn tochten van noord naar zuid te wandelen.
Hij had de langste slagtanden in het Krugerpark en de 6e lange van alle olifanten in het heel Afrika.
Zijn bijnaam was Groot Haaktand.
Vanwege zijn ivoor werd hij wel door stropers gevolgd, maar omdat hij een zogenaamde 'collar' droeg, waardoor rangers zijn spoor konden volgen, is hij gevrijwaard gebleven van een stropers kill.
Bijna 60 jaar oud is hij in 1982 overleden.
Hij was erg toegankelijk voor menselijke toenadering.

Shingwedzi ( ca. 1934 - 1981 )
heeft zijn naam gekregen naar het restcamp, waar hij vaak in de buurt was.
Shingwedzi betekent 'plaats van ijzersteen'.
Hij heeft het klassieke, meester-dienaar, slagtanden paar: rechts een grote 'dienende' tand en links een kleinere 'meester' tand.
De olifant is in januari 1981 onder een Sycamore vijgenboom dood aangetroffen.
Hij is waarschijnlijk een naturrlijke dood gestorven en naar zijn gebid te oordeelen op circa 60-jarige leeftijd.



Met dank voor de toestemming van © SANParks.org om de foto's te plaatsen.
For the original story of the seven magnificent tuskers see SANParks site, with courtacy to SANParks.

Aanstaande woensdag arriveren Fred, Rene en Marjo in het Krugerpark voor een verblijf van 4 weken.

Het is nog even afwachten, wat zij ter plekke zullen aantreffen en of zij nog iets meekrijgen van de gevolgen van de laatste overstroming tijdens de verleden week.

Allle toegangen tot het park zijn weer normaal begaanbaar.

Kamp Shingwedzi heeft het meest te lijden gehad van de regenvloeden en is nog niet open voor het publiek.





zaterdag 26 januari 2013

The big, the small and the ugly

Wildlife heeft, variërend op the Good, the Bad an the Ugly, een eigen top vijf.
De Big Five, de Small Five en de Ugly Five. Daarnaast is er nog sprake van de Secret Seven.

De BIG FIVE:

De olifant kan als volwassen stier wel 6.000 tot 7.000 kilo wegen en tot 3,5 meter hoog worden, waarbij zij soms wel 3 meter lange slagtanden dragen. Vrouwelijke olifanten, koeien genaamd, zijn zeer zorgzame en liefdevolle moeders voor de kalfjes.
De buffel leeft evenals de olifant in grote kuddes, zij zijn zeer sociaal en treden beschermend op voor hun jongen. Wanneer buffels aangeschoten of verwond zijn zijn ze levensgevaarlijk.
De neushoorn leeft tamelijk solitair. De witte neushoorn heeft een brede, wijde mond, 'wide' in het Engels, dat in het Zuid Afrikaans verbasterd is naar 'wit'. De zwarte neushoorn is inderdaad iets donkerder van huid dan de witte neushoorn. Beide soorten zien slecht, maar ruiken des te beter. Vooral de zwarte neushoorn is kortzichtig en nogal eens agressief naar voertuigen, maar zij vallen ook olifanten en leeuwen aan.
Een leeuw kan 20 jaar oud worden en tot 200 kilo wegen. De manen bij de mannelijke leeuwen beschermen hen tegen de slaande klauwen van hun tegenstanders. Vrouwtjes kunnen maximaal 4 jongen in één worp krijgen. Zij gaan meestal gezamelijk op jacht. Terwijl het mannetje de prooi door zijn imponerend gebrul de stuipen op het lijf jaagt, zetten de vrouwtjes de achtervolging in op de in paniek wegvluchtende dieren.
De luipaard, jaagt 's nachts en de 'leperd' sleept zijn geslagen prooi hoog de boom in. Hij leeft, als volwassene, meest alleen in beschut woud en op rotsachtig terrein. Het dier is evenals de jachtluipaard geliefd om zijn prachtig getekende huid, die eertijds als een 'tweede-hands' jas in de mode was.

Deze dieren danken hun positie in deze lijst, omdat zij lastig en gevaarlijk te jagen zijn. Een sport die tot halverwege de 20ste eeuw in zwang was als elitair tijdsverdrijf. Slagtanden van een olifant en de huid van een leeuw of panter was een trophee, waar je ( tegenwoordig niet meer ) mee thuis kon ( kan ) komen.



De SMALL FIVE:

De olifantmuis is een 5 tot 10 centimeter groot muisje in een bruinkleurig zacht bontvelletje. Ze leeft in zandgebieden en onder doornig struikgewas. Olifanten schijnen er bang voor te zijn, omdat ze in hun slurf kunnen kruipen!
De neushoornkever wordt 1,5 tot 5 centimeter lang. De harde hoorns gebruikt hij om te vechten, te graven, te klimmen en ook om te paren. Handig gereedschap dus.
De roodsnavel buffelwevers zijn luidruchtige vogels, die stevige doornachtige nesten in acacia's en baobabs bouwen. Het zijn sociaal levende vogels.
Het luipaardschilpad heeft een prachtig getekend pantser en hoewel gerekend tot de 'kleine vijf' kan het een gewichtig diertje worden, tot 60 centimeter groot en 35 kilogram zwaar.
De leeuwenmier graaft als larve een diepe kuil in los zand, waar het onderin
met open mond gaat zitten wachten totdat er iets eetbaars in valt. Na een metamorfose ontpopt het beestje zich tot een gevleugeld insect.



De UGLY FIVE:

Deze vijf lelijkerds hebben hun naam als misbaksel en gedrocht aan hun voorkomen en positie op de sociale wildlife ladder te danken.
Maar beauty is in the eye of the beholder, het zijn stuk voor stuk bijzondere dieren en onmisbare aardbewoners in ons ecosysteem.

De wildebeest is een massief dier met een bonkig voorkomen, maar kan goed uit de voeten komen en dat komt goed uit want zij worden nogal eens door leeuwen belaagd. Ze leven graag op de open valkte en in open bosgebied.
De maraboe is een wat gekreukeld en ouwelijk overkomend lid van de fraaie ooievaarfamilie en dan heeft hij ook nog een kale kop. Zijn favourite houding is passief langs de zijlijn de situatie onbewogen gadeslaan.
Met zijn witte spillebenen en zijn zwarte cape-achtige vleugels lijkt hij, van achteren bezien, op een ernstige begrafenisondernemer.
Het wrattenzwijn leeft in de lage grasvelden van de savanne, waar het nogal eens belaagd en achterna gezeten wordt door de luipaard. Hij vertegenwoordigt de wilde tak van de varkensfamilie en dankt zijn naam aan de vier bulten op zijn kop, die er uit zien als wratten, maar dienen als vetreserve voor magere tijden en als stootkussen in gevaarlijke tijden.
De hyena is in het rijtje van lelijkerds opgenomen, vanwege zijn laaggelegen achtersteven, waarmee hij een nogal merkwaardig bonkige motoriek vertoont tijdens het hardlopen. Hij zou ook een achterbakse opportunist zijn, die het voedsel dat hij eet steelt. Het dier is weliswaar een aas-eter, maar in werkelijkheid eet hij voor 95 % voedsel waar hij zelf op jaagt en dat hij ook zelf doodt.
De (lappen)gier is een asociale aas-eter. Hij eet alles waar een ander dier een kill voor heeft moeten doen. Hij is een soort 'afvalbak', die alles verorbert dat stervend of gestorven achtergebleven is of door de killers achtergelaten is.
Ruimt de boel ook weer netjes op. Dat dan weer wel.



De SECRET SEVEN is het geheime clubje van ..7, dat vooral een 'onbekend' leven in afzondering leidt.

Daarover kan ik dus kort zijn, ik heb geen idee waar ze uithangen en wat zij uitspoken.
Het zijn het stekelvarken, de pangolien ?? een soort schubdier ??, het aardvarken, de serval, de wilde kat, genet kat en de civet kat.
Deze laatste heeft een wel heel merkwaardige reputatie: leverancier van de allerduurste en zeldzaamste koffie ter wereld: KOPI LUWAK. Het beestje is gek op de de bonen van de koffieplant vanwege het zoete vruchtvlees. Tijdens de gang door zijn spijsverteringskanaal fermenteren de bonen. Eenmaal uitgepoept krijgen de bonen een heel exquise smaak, waar culinaire hotemetoten voor in katzwijm vallen.
Tout famous London drinkt het en wie bereidt is 50 tot 70 euro neer te tellen voor zo'n kopje poepchique koffie hoort bij de culinaire elite. Voor de nuchtere toeschouwer blijft het echter gewoon 'een bakkie peperdure kattepoep'!




Tenslotte heb je nog de DEADLY DOZEN, dat is een twaalftal levensgevaarlijke onverlaten, dat in deze discutabele klassificatie hoog scoort vanwege hun ongekend moorddadige talenten.

Tot deze troep sinistere lieden behoren onder meer de leeuw, tijger, panter, beer, baviaan, krokodil, kaaiman, de pyhon, anaconda, cobra en nog een enkele andere gifspuitende slangen.
Overigens het dier waar de meeste mensen aan overlijden is geen opzichtige bushbewoner, maar een schijnbaar onbenullig rond zoemend vliegje: de levensgevaarlijke malaria mug.