maandag 8 oktober 2018

Groet van uit het hart van Afrika

Na een paar dagen, waarin we steeds niet zeker waren van de vertrektijd en of de benodigde visa en vliegtickets wel op tijd voor handen waren, zijn we met enige vertraging nu in Kinshasa aangekomen. Congolese molens malen langzaam, kregen we te horen van Mart, de assistent van Kadima, die Marjo en Liesbeth uitgenodigd had om hem te assisteren bij het inrichten van een dierentuin annex speeltuin aan de rand van Kinshasa. We komen aan het begin van de avond aan in de grootste stad van de Democratische Republiek Congo. Kinshasa een stad waar de dynamiek van de chaos heerst.

Op de vlieghaven heerst de gebruikelijke internationale sfeer van welvaart, waar naar hartelust luxe goederen geshopt worden. Buiten vallen we midden in de duisternis van deze wereldstad met ruim twaalf miljoen inwoners. We worden opgewacht aan de luchthaven en over een kilometers lange autobaan naar Het Beatrice Hotel gebracht. Een weg zonder enige straatverlichting en geflankeerd door veel - op het oog - vervallen laagbouw en enorme mensenmassa's rond schaars verlichte winkels, warenhuizen en eetgelegenheden.

Vanuit het balkon van de kamer in Hotel Beatrice van Kadima kijk ik uit op een enorm gebouwencomplex. Het hotel wordt geflankeerd door twee torens. Een met appartementen en een met kantoren. We zitten in het dynamische centrum van de stad, waar de chaos nog te overzien is. Overdag is het broeierig warm met een temperatuur van rond de dertig graden. 's Nachts daalt de temperatuur maar enkele graden. Voor de komende nacht worden er stevige regenbuien voorspeld, met een paar flinke klappen onweer. Vanwege de ligging aan de evenaar heeft Congo te maken met een tropisch klimaat. De rivier verder landinwaarts volgend, richting Kisangani, wordt het een tropisch regenwoudklimaat.

Marjo is vandaag met Liesbeth, Kadima en Mart naar de plek waar de dierentuin, Le Parc Kadima's Pride of Africa, in aanbouw is. Ik ben in het hotel gebleven om naar de Procure St. Anna te gaan, waar de scheepszendingen die we vanuit België verstuurd hebben, ingeklaard zijn. De procuur blijkt op slechts vijf minuten lopen van het hotel te liggen, maar het wordt niet aangeraden, om daar, als buitenlander, alleen naar toe te wandelen. Dat is even wennen; het besef dat we in een stad verblijven waar criminaliteit bij de dagelijkse gang van zaken hoort. Bijgevolg wordt er veiligheidshalve een escort geregeld. Van Mart hoor ik ter geruststelling dat Kisangani rustiger en veiliger is. Tijdens de korte wandeling doen zich geen onregelmatigheden voor. In de procuur, een afdeling van de katholieke abdij, waar wereldse zaken geregeld worden, worden mij de papieren overhandigd waaruit blijkt dat de beide ladingen ondertussen per boot op weg zijn naar Kisangani. Een boottocht van achttienhonderd - 1.800! - kilometer over de Congo rivier. Dat gaat enkele weken duren. 'Congolese molens malen langzaam', is een moto dat ik voor ogen moet houden, denk ik. Maar uiteindelijk malen ze wel. Ze zullen in het Centre Simama aankomen tegen de tijd dat ik in Kisangani ben. De timing kon niet beter zijn.

We maken kennis met Monique, vriendin van Mart. Zij woont al drie jaar in Kinshasa. Met haar maken Liesbeth en ik op zaterdag een rit door de stad. We bezoeken eerst het Musée National de Kinshasa. Dit ligt in de tuin van de voormalige president Mobutu. De kooi, waar vroeger leeuwen en panters in zaten, is nu leeg. Vanuit het hooggelegen park kijken we uit op de indrukwekkende, brede Kongo rivier, de Fleuve. Het museum  en bevat een kleine, maar interessante collectie inheems Congolese kunst. Ook de stoel van Mobutu wordt hier bewaard. De gids vertelt over de geschiedenis van het land. Sinds de toekenning van Congo aan de Belgische koning Leopold II in 1885 is het Frans de officiële voertaal. Naast het Kikongo, Lingála, Tshiluba en het Swahili, de vier meest gesproken lokale talen, zijn er nog talloze andere lokale talen en dialecten.
Monique kent bijzondere plekjes. Even later zitten we onder een parasol aan de oevers van de Fleuve met een glas frisdrank. Dagelijks zetten hier de uitbaters hun tafeltjes en stoeltjes neer, om ze iedere avond weer op te ruimen en de volgende dag opnieuw uit te stallen.

Voor de zondag heeft Kadima een uitstapje naar Lola Ya Bonobo voor ons georganiseerd. Na een prachtige trip van bijna anderhalf uur door Congolese dorpjes en een ongekend majestueus heuvellandschap buiten Kinshasa, komen we in de ongerepte jungle. In dit Bonobo Paradijs  worden gevangen genomen en verweesde Bonobo's in semi-vrijheid, een beschermde natuurlijke omgeving, opgevangen om te wennen aan hun oorspronkelijke habitat, waar zij naar toe terugkeren. Bonobo's lijken op het eerste gezicht op chimpansees, maar zij verschillen daar veel van, zowel fysiek als in gedrag. Pas in 1929 werd vredelievende tak van onze gemeenschappelijke stamboom als een afzonderlijke soort erkend. Zij schijnen dichter bij de mens te staan dan de chimpansees.

Bonobo's zijn vredelievender dan chimpansees. Zij zijn minder geneigd tot geweld, iets kleiner en hebben een opener gezicht. Seksueel gedrag wordt, ongeacht sekse en leeftijd, gebruikt om vrede te stichten, ruzies te beslechten, om spanningen op te lossen en vriendschappen te smeden. De sociale structuur is matriarchaal, onduidelijk en lijkt afhankelijk van de leeftijd.

We hebben geluk. Wanneer we aankomen in Lola Ya Bonobo, zien we meteen al een groepje bonobo's zich vermaken aan de rand van een grote plas. Eentje baddert in het water en gaat vrolijk koppie onder. Het is een levenslustig clubje. Met een klein groepje maken we onder leiding van de plaatselijke gids een wandeling door het verstilde woud. Bonobo's leven alleen hier ten zuiden van de Kongostroom in Congo. Een unieke plek op de wereld met een uniek en zeer zeldzaam mensapen soort, een geschenk aan het land dat tot een van de meest onontwikkelde landen ter wereld wordt gerekend.




Ondertussen is het maandag geworden. De laatste dag voor Marjo en Liesbeth. Al vanaf de vroege ochtend, voordat het daglicht doorbrak, regent het onophoudelijk. Na het ontbijt kwam het onvermijdelijke afscheid. Zij bezoeken vandaag nog Le parc Kadima's Pride of Africa alvorens zij vanavond op het vliegtuig naar Nederland stappen. Ik zwaai hen met enige weemoed uit. Het was een bijzonder aangename week, de eerste kennismaking met Congo in gezelschap met Marjo en Liesbeth. Zonder gezelschap is zelfs een miljoenenstad 'leeg', en als blanke buitenlander een eenzaam avontuur. Morgen krijg ik mijn visum voor een verblijf van drie maanden in Congo en daarna reis ik vol goede moed af naar het Centre Simama in Kisangani, achttienhonderd kilometer verder oostwaarts het land in, waar ik nog niet weet wat wat me te wachten staat.

Onder Info over Centre Simama, en Fotoboek van Centre Simama staat wat uitgebreidere informatie over het centrum.

Au revoir en we houden contact.

zaterdag 22 september 2018

Dagboek van een Taalmaatje

Dagboek van een Taalmaatje


Dit Dagboek van een Taalmaatje is ontstaan uit privé notities, gemaakt tijdens wekelijkse bezoeken aan het Syrische gezin van Jehad, dat vanaf maart 2017 begeleid wordt bij taal en inburgering. Het is vooral een persoonlijk verslag over het wel en wee van Nieuwe Nederlanders. Mensen die, vanwege het oorlogsgeweld, ongewild hun land moesten verlaten en in ons land asiel aangevraagd en gekregen hebben.

Het dagboek beschrijft wat er zich achter de voordeur van het Syrische gezin afspeelt; de 'situatie in de wereld' in het klein. Persoonlijke ervaringen en achtergronden, van wat in de krantenkoppen de 'vluchtelingencrisis' genoemd wordt, worden openhartig beschreven. Daarbij worden hete hangijzers niet gemeden. 

Inburgering een continu proces

Zich op latere leeftijd een nieuwe taal eigen maken, is geen simpele opgave. Geboren en getogen in je eigen vaderland, gaat dat vanzelf. Je kunt er als kind tien of twaalf jaar over doen een taal te leren spreken. Dat is een vanzelfsprekend sociaal proces. Wanneer de gelegenheid is een school te bezoeken, hebben mensen leren lezen en schrijven. Dan kun je deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Daar gaat het uiteindelijk om. 

Lampedusa 2019
Lampedusa zomer 2018
In het Dagboek van een Taalmaatje neem ik de positie in van een meelevende en 'deelnemende' toeschouwer. De soms tenenkrommende situaties waar de familie in terecht kwam die zich tijdens de inburgeringscursus aandienden, worden niet uit de weg gegaan. Tijdens de wekelijkse bezoek en vertelden zij hun vluchtverhaal, hoorde ik over hun ontberingen op de middellandse zee, over hun hoop en wanhoop. Steeds opnieuw werd ik verrast door het vermogen van deze Syriërs om kleine en grote ongemakken te relativeren. Steeds meer begon ik hun veerkracht, humor, doorzettingsvermogen en vitale sociale vaardigheden te waarderen. 

Mede door hun ongekend onvoorwaardelijke gastvrijheid, bloeide een oprechte wederzijdse vriendschap op met het gezin, een rijkdom die ik tot op heden koester als een geschenk.

Vrijwilliger als taalmaatje

Eigenlijk was het een onontgonnen terrein om taalmaatje te zijn. De Arabisch cultuur was mij niet geheel en al vreemd. Enkele jaren heb in Zuid-Egypte als fysiotherapeut gewerkt. Daar had ik eind jaren tachtig kennis gemaakt met de impact die het heeft om in een totaal andere cultuur te leven, te wonen en te werken. Ik was er weliswaar op uitnodiging en genoot er een bijzondere gastvrijheid, maar de cultuuromslag die ik moest maken was er niet minder om. Deze Syriërs zijn niet op uitnodiging in Nederland. 

In het Dagboek van een Taalmaatje is geprobeerd de problematiek ‘klein’ te houden en niet met pasklare oplossingen te komen voor de 'vluchtelingencrisis', als die er al zouden zijn. Er worden individuen, mensen zoals u en ik, onder de aandacht gebracht. Mensen die vaak zonder een groet op straat voorbij gelopen worden, waarvan je totaal niet weet wat er in hun hoofden afspeelt.




Taalmaatje, avontuur in eigen land

Iedere keer dat ik door het voortuintje van het Syrische gezin loop, de voordeur van hun huis open gaat en ik over de drempel stap, kom ik in een gastvrije andere wereld. 

Een nieuwe taal en een totaal ander cultuurpatroon. Dat grijpt in, ook op het perspectief van op je eigen achtergrond. Allerlei zaken die je als vanzelf-zwijgend hebt aangenomen en waar je van kindsbeen af aan mee vertrouwd bent, krijgen een andere kleur. 



Het dagboek van een Taalmaatje

is voor € 20,85

te koop in de reguliere boekhandel 

te bestellen via Bol.com

of  via

hllhoedemaker@gmail.com


met de aankoop van het dagboek draagt u bij aan rijles voor Jehad











zondag 1 juli 2018

Treinen naar Sicilië

Deze keer niet even vliegensvlug op vakantie, maar in een tempo passend bij mijn leeftijd. Dat is het privilege van een 65+er 😀.  Slow-travelling! Boekje lezen, bij het raampje zitten en genieten van alles dat - toch wel in sneltreinvaart - voorbij komt. Geen gedoe met bagage, geen urenlange wachttijden, geen extreme security-checks, niet in je stoel met krappe beenruimte vastgegordeld zitten maar een bistro-wagon tot je beschikking en in- en uitstappen waar je maar wilt. "Op ijzeren wielen door dertig landen in Europa; dat spoort wel." Het zou zomaar een reclame voor een Interrail pas kunnen zijn. Kedeng Kedeng ... Oe Oe ...  hoor ik Guus Meeuwis zingen.

Een verrassend alternatief die interrail pas die niet alleen voor gebudgetteerde studenten toegankelijk is. Ik heb die pas aangeschaft om tijdens een maand zeven treinreizen door Europa te maken. Uiteindelijk gebruik ik er maar drie van.

De eerste rit maar meteen doorgezakt tot in de uiterste teenpunt van de Italiaanse laars: Reggio di Calabria. Met de rail-planner-app een trip via Duitsland opgespoord. "Frankrijk is momenteel riskant vanwege stakingen," aldus een aardige NS-balie mevrouw. Breda - Brussel - Keulen - Frankfurt - Basel - Arth-Goldau - Milaan - Bologna - Florence - Rome - Napels - Reggio. Een kleine 24 uur tussen de rails. De mooiste landschappen trekken voorbij. Dorpen, steden, glooiende heuvels, besneeuwde bergen en zilverkleurige meren.

Na 23 uur relaxed treinen stap ik in Reggio uit. Sabrina, de gastvrouw van B&B Anirbas, staat voor het station op me te wachten. Reggio is de zuidelijkste stad van Italië. Er waait een heerlijk verkoelende zeebries. De sfeer is uitermate gemoedelijk met veel restaurants, trattoria's, terrassen en ijssalons. Hier wordt het beste ijs van heel Italië gemaakt, hoor ik. De stad kwam in het wereldnieuws toen een sportduiker in 1972 i Bronzi di Riace uit zee opviste. Na een expositiereis door Italië vonden deze twee levensgrote bronzen beelden van Griekse krijgers in 1981 hun definitieve standplaats in de archeologische afdeling van het Nationaal Museum van Reggio. De beelden zijn een toeristische attractie van de eerste orde.

Sabrina brengt me naar de haven vanwaaruit de ferryboot de Straat van Messina oversteekt en ik op  Sicilië beland. "Je moet er zeker de cannoli proeven," adviseert ze bij het afscheid "en ook Taormina bezoeken." Taormina is een van de mooiste kustplaatsjes op Sicilië. In de Corso Umberto, de enige hoofdstraat die het mondaine stadje rijk is, verdringen zich hordes buitenlandse toeristen. De overblijfselen van het Grieks-Romeinse amfitheater is een populaire trekpleister. Hoog in de heuvels logeer ik bij B&B Villa Sara. Het is genieten geblazen van de stilte op het terras met een prachtig zicht op de baai beneden en de nog regelmatig rochelende Etna.

Van Taormina naar Catania is net iets meer dan 50 km. Een goed uur met de bus. Dat is goed te doen. De bussen zouden, naar verluid, op Sicilië beter op tijd rijden dan de treinen. Catania is een behoorlijk grote stad. Met ruim 300.000 inwoners volgt het qua inwonertal Palermo op. Midden in de stad aan de Via VI Aprile, vlak bij het Centraal station, vind ik onderdak in de speels en kunstzinnig ingerichte B&B Ipnos op de eerste etage van een historisch pand. Aan de oostzijde van het Piazza de Duome staat de kathedraal van Catania, gewijd aan Sint Agatha. Aan de overkant van het plein bevinden zich talrijke eethuisjes rond de dagelijkse vismarkt.

Vanuit Catania rijdt een comfortabele bus op weg naar Agrigento in bijna drie uur dwars door het binnenland naar de andere kant van het eiland. Agrigento wordt stad der goden genoemd naar de vele overgebleven oude Griekse tempels in de vallei van de tempels. Aan het station tref ik na enig zoeken een lokale bus naar AgriTurismo Due Ganèe. Aan het einde van de busrit wordt ik in the middle of nowhere afgezet. Van daaruit rol ik mijn koffertje door de glooiende en geurige heuvels van het Siciliaanse binnenland. Op aanwijzing van de naamborden van de B&B kom ik uiteindelijk op de plaats van bestemming. Een aangename Scirocco - gelukkig zonder het beruchte Sahara-stuifzand  - blaast de middaghitte, die tussen de eeuwenoude olijfbomen in de vallei hangt, over de heuvels weg. La Casa Madre ontvangt me hartelijk met open armen, een glas koud water en een heerlijke cappuccino. Ze dacht dat ik helemaal vanaf Agrigento was komen lopen. Ik laaf me aan de bekoorlijke rust op het riante terras met een adembenemend uitzicht. Het avondeten, cena, wordt aan een lange tafel op het terras opgediend. Hier ontmoet ik de andere gasten. La Madre kookt de sterren van de hemel, zonder dat de Michelin-gids het in de gaten heeft. We tafelen nog lang na in de zwoele zomervond onder het genot van lokale likeurtjes en de onvermijdelijke limoncello.



Van Agrigento is het een kwartiertje rijden naar Porto Empedocle, de haven van waaruit iedere dag om 11.00 uur 's avonds de boot naar Lampedusa vertrekt. Ik ben ruim op tijd. Jammer, maar helaas gaat de boot vandaag niet. Morgenvroeg vaart een andere maatschappij naar het verafgelegen  eilandje in de middellandse-zee. Onverwacht overnacht ik in  B&B La Giara aan de Via Roma, aanbevolen door de scheepvaartmaatschappij. Op een warme avond als deze leven de Sicilianen op straat. Het is er op de zomeravond goed toeven in het kleine stadje aan de haven. Zelfs een lonely-traveller is er geen vreemdeling.

De volgende ochtend vertrekt de ferryboot keurig op tijd naar Lampedusa. Een tocht van negen uur over wat de mooiste zee van de wereld genoemd wordt. Op weg naar het uiterst zuidelijke puntje van Europa raak ik onder de indruk van de onmetelijke uitgestrektheid van de middellandse zee. Hemelsbreed is de afstand van de Noordkaap in Noorwegen naar het Italiaanse eiland Lampedusa 4.034 km. Via de weg ligt het meest noordelijke puntje van Europa 5423 km. van het uiterste zuidelijke puntje vandaan. Je doet er twee dagen en achttien uur met de auto over, lees ik, maar dan moet je wel doorrijden, vermoed ik en nergens onderweg blijven hangen.

Onderweg wordt bij Linosa aangelegd. Het is een piepklein eilandje waar ongeveer 500 mensen wonen in een prachtige natuur te midden van een glasheldere diepblauwe zee. Afgelegen, dat wel. Een paar passagiers gaan aan land. Het is ook als vakantiebestemming populair, vooral voor Sicilianen. Ladingen bouwmateriaal en voorraden levensmiddelen worden aan het schilderachtige haventje uitgescheept. Linosa behoort samen met Lampione evenals het wat grotere Lampedusa tot de Pelagische eilanden. Lampione is een onbewoond eiland en beschermd natuurgebied. Tot mijn verbazing lees ik dat de eilandjes geologisch bij Afrika horen. Sommigen zien het als een deel van Tunesië.

Lampedusa zelf is een zonovergoten vakantieoord, erg in trek bij de Italianen. Het heeft een eigen vliegveldje om de talloze vooral Italiaanse toeristen dagelijks heen en weer te vliegen van de stad naar het strand. Het eiland is vooral in het nieuws als 'Poort tot Europa' voor bootvluchtelingen. Ik verwachtte hier dan ook drommen vluchtelingen aan te treffen. In de vijf dagen dat ik op het eilandje verbleef en rond gekeken heb, heb ik er niet één gezien. Een enkele jonge gast vindt er zijn vertier bij lokale vrienden. Bij navraag blijken de vele vluchtingen die hier aankomen met water, koffie, voeding en kleding door de eilandbewoners verwelkomd te worden. Ze verblijven echter maar kort en trekken dan weer snel verder Europa in.
Aan de zee staat heel symbolisch een reddingsboei met de tekst: Ti Amo 💙. Sicilië is met Lampedusa, misschien wel het meest gastvrije land van Europa. Op deze toegankelijke drempel tussen Afrika en Europa, aan alle kanten omgeven door de zee, staat Italië staat letterlijk op zijn tenen met een gastvrijheid om blij van te worden.