zaterdag 17 november 2018

Fysiotherapie in Centre Simama

Congo ligt midden in het hart van het Afrikaanse continent. Het is politiek niet het stabielste land in de regio. Op economische gebied bungelt het onder aan wereldranglijst van welvarende landen, ondanks dat het beschikt over de meest kostbare grondstoffen, in een van de grootste hoeveelheden ter wereld. 

Hier geldt de natuurwet: survival of the fittest. Alleen de sterksten overleven: dat wil zeggen: zij die gezond zijn van lijf en leden en financieel draagkrachtig. Gehandicapt zijn, betekent uitgestoten worden uit de samenleving. Zij kunnen niet voor zichzelf zorgen, hebben geen functie en dienen nergens toe. Dat is de snoeiharde natuurwet. Bovendien worden zij gestigmatiseerd. Bij gebrek aan enig medisch inzicht worden deze kwalen vaak toegeschreven aan ‘boze geesten’. Patiënten worden verdacht van hekserij. Fysiek en/of mentaal gehandicapte kinderen, zijn een reden voor echtscheiding. Vaders laten gehandicapte kinderen zonder pardon onverzorgd bij de moeder achter. In het Centrum wordt met fysiotherapie bijgedragen de rehabilitatie van deze gehandicapten. 

Het Centre Simama is een goed georganiseerde oase aan de rand van de stad met ruim anderhalf miljoen inwoners. Er is een flinke sportzaal gebouwd met sponsor geld van een grote Nederlandse bierbrouwer. Daarnaast is er een behoorlijk goed uitgeruste afdeling fysiotherapie, een apotheek, een orthopedie afdeling, een afdeling voor radiografie en bloedonderzoek. Voor mensen die van drie- tot vierhonderd kilometer ver komen, en langdurige therapie nodig hebben, zijn er kleine houten vertrekken. Zij verblijven daar langere tijd samen met de ouders of familieleden, die hen verzorgen, om te herstellen van TBC, polio of traumatisch opgelopen verlammingen.



Tussen frisgroene goed onderhouden gazons liggen keurig aangeharkte grindpaden, die de verschillende paviljoens met elkaar verbinden. Hier wordt les gegeven aan geestelijk en lichamelijk gehandicapten kinderen. Zij kunnen zich, al naar gelang hun mogelijkheden, een beroep als kleermaker aanmeten. Daarmee kunnen zij een plaats in de maatschappij verwerven en een gevoel voor eigenwaarde terugwinnen. Ik ben hier weliswaar boventallig, maar het is erg prettig samen te werken met het fysio-team, dat opvallend collegiaal en solidair is. De therapeuten hebben geen 'eigen' patiënten. Die worden behandeld in de volgorde waarin zij binnenkomen en krijgen een plaats bij de therapeut, die op dat moment beschikbaar is.

Fysiotherapie wordt hier toegepast voor functieherstel. Deze vorm van fysiotherapie is te vergelijken met de naoorlogse situatie in ons land, toen fysiotherapie voor het eerst geïntroduceerd werd om oorlogsslachtoffers te revalideren met het oog op herintreding in de maatschappij. Het gaat hier om het zich kunnen verplaatsen en het aanleren van de nodige motorische vaardigheden bij een ernstige handicap als amputaties. Daarnaast komen aandoeningen zoals halfzijdige verlammingen, tuberculose met ankylose (verbening van gewrichten) en polio met verlammingen, hier op alle leeftijden voor. 

Afgezien van een medicinale behandeling is er geen andere medische of paramedische zorg dan fysiotherapie. Het is de enige voorziening voor kinderen die stilstaan in hun ontwikkeling tengevolge van malaria, en (tijdelijk) niet meer kunnen lopen of praten. Onbehandeld verslechtert de conditie snel en is blijvend verlies van fysieke validiteit onvermijdbaar.


Verder kijken wij naar de mogelijkheden om thuis-bezoeken in de regio uit te breiden voor mentaal gehandicapte baby’s en kinderen met een motorische achterstand. Behandelingen ‘aan huis’, die dienen om de moeders moreel te ondersteunen en het stigma op hun kinderen te verminderen. Moeders zijn soms niet geneigd om met deze baby’s naar ‘buiten’ te komen. De trip hier naar toe is een avontuur op zich. De fourwheel-drive laveert over nauwelijks begaanbare paden, waar de woonwijken naadloos overgaan in een ontoegankelijk regenwoud. Er is geen onderscheid tussen pad en erf. Chauffeur, Remie, is een acrobaat tussen potten, pannen en op houtskool gestookte kooktoestelletjes, waar ook nog de was in de zon lig te drogen.

De bedoeling is om in de veraf gelegen, drukbevolkte buitengebieden te zoeken naar schrandere sociale mama’s, die een sleutelpositie gaan krijgen in de contacten met het centrum.


zaterdag 10 november 2018

Democratische Republiek Congo

Waar voorheen in de België visa voor de Democratische Republiek Congo verkrijgbaar waren, zijn nu de loketten gesloten. Vanwege politieke geschillen tussen de beide landen heeft het Congolese consulaat momenteel de deur dicht. Daar gaat een turbulente geschiedenis aan vooraf.

Tijdens de industriële revolutie in het Europa in de 18e eeuw zocht Europa grondstoffen en een afzetgebied voor haar talrijke nieuwe producten. Het oog viel op onbekend donker Afrika. Tijdens de (koloniale) conferentie van 1884 - 1885 in Berlijn werd het Afrikaanse continent opgedeeld en verdeeld onder de toenmalige Europese mogendheden. In de tweede helft van de 19e eeuw was Centraal-Afrika nog onontdekt gebied. Journalist en ontdekkingsreiziger Henry Stanley ging in opdracht van de New York Herald op zoek naar de vermiste David Livingstone, die in die tijd naar de bronnen van de Nijl zocht.

Het de gevleugelde woorden: Dr. Livingstone, I presume, begroette Stanley de verloren gewaande Livingstone. Stanley meende aanvankelijk met de Lualaba rivier de bron van de Nijl te hebben ontdekt. Later bleek het de voorrivier van de Congo te zijn. Met dit nieuws werd wereldwijd de interesse voor Centraal-Afrika en Congo gewekt.

Aan Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Portugal en Spanje werden de toegankelijke kustgebieden van het Afrikaanse continent toegekend. De Duitse kanselier Otto van Bismarck wees het nauwelijks doordringbare Congo aan de Belgische koning Leopold II toe, vanwege zijn verdiensten in de organisatie van de conferentie. Het kwam in zijn privé bezit, omdat de nog relatief jonge Belgische staat er weinig enthousiasme voor op kon brengen. Het kostte de Belgische koning een fortuin om dat onmetelijke privé bezit annex lucratieve speeltuin te ontsluiten.

Maar uiteindelijk bleek het ook letterlijk een goudmijn. Er werden onoverzienbare hoeveelheden goud, koper,  rubber, ivoor en cacao vandaan gehaald. De Congolezen kregen er goedkope fabriekskleding voor terug, waardoor de lokale markten instortten en Congolezen massaal werkeloos werden. Deze werkelozen werden als slaven geronseld, waardoor de plaatselijke economie verder ontwrichtte. De zich snel ontwikkelende autoindustrie en ook de 'moderne fietsen hadden behoefte aan rubber voor hun hypermoderne luchtbanden. Leopold II exploiteerde voor persoonlijk gewin, op zeer wrede en brutaal bloedige wijze de rubberplantages in zijn kolonie, waarbij naar schatting vijftien miljoen Congolezen het leven lieten. Met de gigantische winsten vooral ui de rubber- ivoorhandel kon de koning een Belgisch staatsfaillissement afwenden. David van Reybrouck vertelt in Congo, een geschiedenis, het verbijsterende verhaal van het land aan de hand van gesprekken met Congolezen.

Aan het onbarmhartige optreden van de Belgische koning in Congo kwam een eind, toen de internationale gemeenschap er zich mee ging bemoeien. In 1908 stemde de Kamers van Volksvertegenwoordiging in België er mee in om Congo onder de naam Belgisch-Congo als kolonie te annexeren. Het moest een 'beschavingsmissie' worden. Maar ook deze zelfverklaarde beschavingsmissie had sterke economische motieven, waartegen steeds meer weerstand kwam onder de inlandse bevolking. Op 30 juni 1960 werd officieel de macht overgedragen en ontstond de Democratische Republiek Congo.

"Vroeger was België onze oom. De jongere broer van onze moeders, die wij met respect tegenmoet traden," hoor ik tijdens de gesprekken aan tafel. "Nu zijn de Belgen onze broeders, onze gelijken, waar wij mee sparren en mee kunnen vechten." Het klink gelaten en vitaal tegelijk, maar ook zonder enig spoor van wrok.


Of de economie aan het opkrabbelen is, is de vraag. De kloof tussen puissant rijk en straatarm wordt eerder uitgediept dan overbrugd. De stad Kisangani telt ruim anderhalf miljoen inwoners. Het is een bedrijvige stad, met veel pariculiere initiatieven. Overal langs de weg zitten vrouwen en mannen met een klein ‘winkeltje’. Gewoon op de grond of met een tafeltje en een stoeltje.  Ze verkopen ananas, mango’s, die hier het hele jaar door als rijpe vruchten van de enorme bomen vallen, avocado’s, aardappelen en etenswaar die ik niet helemaal thuis kan brengen. In kleine optrekjes steken kleermakers en naaisters ter plekke een bloes of een avondjurk voor je in elkaar. Er zijn opvallend weinig bedelaars. Hier en daar begeleidt een klein jochie zijn blinde opa of oma.

Om te winkelen hoef hier je overigens niet je stoel uit te komen, wanneer je ergens een colaatje drinkt. Groenten, fruit, sokken, horloges, digitale kabeltjes voor je telefoon, toiletpapier, spiegels en tandpasta, met van alles en nog wat komen de vendeurs langs. Talloze jonge jongens houden zich bezig met de verkoop van telefoonminuten, of met stapels papieren wisselgeld. Ook hier ontgaat mij wat daar nou zo winstgevend aan is. Meestal brengt het maar enkele Congolese centen op, hoor ik wel. Op de grote stadsmarkt heb ik me tot op heden niet nog niet gewaagd, wat daar wordt aangeboden kan ik echt niet allemaal thuisbrengen. 

Ondernemend zijn de Congolezen hier dus wel. Openbaar vervoer is er niet. Het wegennet in Congo is overigens landelijk een probleem. Geasfalteerde wegen, die de grote steden met elkaar moeten verbinden zijn er niet. Hier en daar is er een spoorlijn en er is natuurlijk de Congo, de op de Nijl na grootste rivier in Afrika, die als een slang door het noorden van de Congo slingert. Zij verbindt over een afstand van ruim 1.800 km. onder meer Kinshasa met Kisangani. Die is alleen in perioden van voldoende regenwater bevaarbaar. Bij overbrugging tussen de beide oevers gaat per bootje. Met soms 20 tot dertig man tegelijk steken de mensen in een uitgeholde boomstam, mutumbu genaamd, de rivier over.

De onverlichte wegen van rode aarde over land, vol gaten en kuilen, gaan dwars door het bijna ondoordringbare regenwoud, slechts weinig chauffeurs wagen zich daar aan. Het zijn de Chinezen, die hier momenteel aan de weg timmeren, tenminste voor zover dat in hun eigen voordeel uitpakt. In ruil voor concessies in de lucratieve mijnbouw van onder meer coltan en koper, worden in de steden her en der paden geasfalteerd.

De Chinezen hebben daarmee voorgoed het straatbeeld in Kisangani veranderd. Waar tot voor kort de fietsers het straatbeeld bepaalden, rijden nu motors van het merk Qingqi op de pas geasfalteerde wegen. Op elke hoek van de straat staan groepjes jonge knullen met hun motor op klanten te wachten. Het zijn de taxi’s van de stad. Voor vijfhonderd Congolese Francs  brengen ze je overal in de stad. Dat is omgerekend dertig cent. De prijs stijgt een beetje als de chauffeur twee, drie of nog meer klanten op zijn motor meeneemt. Een keer zag ik een vader met vijf kinderen op één motor. Aan het eind van de dag wordt de motor aan de oever van de Congo gewassen en gepoetst.

zaterdag 3 november 2018

Centre Simama

Ik logeer in een comfortabele woning bij de Frères de la Charité. Zij voeren het beheer van het Centre Simama, een revalidatiecentrum voor gehandicapte kinderen en volwassenen. Dit centrum is in de jaren tachtig opgericht is door de Nederlandse Pater Martien Konings, SCJ. Via het Liliane Fonds kwam ik met hem in contact en in de laatste jaren van zijn leven, toen hij terug was Nijmegen, raakte ik met hem bevriend. Als fysiotherapeut was ik bijzonder geïnteresseerd in het werk dat hij deed in Kisangani. We spraken af, dat ik het centrum een keer zou bezoeken. Tot half december ben ik nu hier om mee te werken op de afdeling van de fysiotherapie en om polshoogte te nemen hoe we het centrum verder kunnen helpen. Een pracht job.

De situatie hier is in geen enkel opzicht te vergelijken met die in Nederland. Er is geen verplichte verzekering voor volksgezondheid. Mensen worden geacht hun eigen boontjes te doppen. Omdat zij niet voor zichzelf kunnen zorgen en er geen medische behandeling voor handen is, raken zij geïsoleerd en uitgerangeerd. Baby's die door geboortetrauma's mentaal of motorisch gehandicapt zijn, zijn een blok aan het been voor de ouders. In de grote gezinnen zijn de vaders en moeders druk bezig om de tien tot vijftien monden te voeden. Met een gehandicapt kind kunnen ze geen kant uit. Vaak zijn ze een reden tot echtscheiding. Maar ook volwassenen met verlammingen worden gestigmatiseerd en aan hun lot overgelaten. 

Misschien zijn ze wel behekst en brengen ze ongeluk! In het centrum Simama, dat Sta Op betekent, krijgen ze een menswaardig bestaan en worden ze professioneel behandeld. Er wordt hard aan gewerkt om die mensen een gevoel van eigenwaarde te geven.


Op 19 oktober 2017 overleed pater Martien, die het centrum bijna veertig jaar geleden heeft op gericht. Dit jaar was er een drukbezochte herdenkingsdienst voor hem. Die vond plaats in de door onze nationale bierbrouwer gesponsorde sporthal. Ik zou me dus in die 'Heinekenhal' op mijn gemak hebben moeten voelen, ware het niet dat ik voor de gelegenheid geacht werd een woordje te spreken en om het verstaanbaar te houden moest dat in het Frans. Er werden me enkele woorden in de plaatselijke talen Lingala en Swahili ingefluisterd. Het gehoor was vriendelijk genoeg om te zeggen, dat het heel goed gegaan was. Heb veel handen moeten schudden. Vond het wel heel grappig toen een albino man mij heel ad rem begroette met: "Wij tweeën zijn de enige blanken hier." 😀

Nergens heb ik een vitalere kerk meegemaakt dan hier. Het is een 'werkende kerk' die solidair is met rafelrand van de samenleving. Zij schaart zich onvoorwaardelijk aan de kant van de minderbedeelden en klaagt onomwonden de corruptie in de politiek aan. Dat zij hiermee niet de sympathie van Kabila en de zijnen oproept, neemt zij voor lief. Op zondagen zijn de straten leeg en zitten de kerken vol. De diensten in de grote kathedraal van de stad zijn een uitbundig feest. Deze vieringen bieden de gelegenheid om tenminste enkele uren een andere dimensie van de rauwe dagelijkse werkelijkheid te beleven. Ze worden druk bezocht. Er zijn in het weekend alleen al in deze kerk vijf diensten, waarbij nagenoeg alle plaatsen bezet zijn. 


Een veertig koppig gospelkoor zingt de sterren van de hemel. Stemmen die klinken als klokken. Ritmisch begeleid door inheemse Afrikaanse drums galmen de  gezangen door het enorme gebouw. Welluidende liederen in het Frans of in Swahili gaan door merg en been gaan en raken  rechtstreeks je ziel. De vieringen, die vol overtuiging de hemelpoorten bestormen, duren ongeveer twee uur. Ondertussen swingen tien misdienaars in witte gewaden op het altaar onvermoeibaar met de muziek mee. De parochianen, deinen lustig in de kerkbanken op de maat mee, klappen in de handen en zwaaien met hun armen. Het getuigt allemaal van een indringend beleefde devotie.


De collecte vindt, heel praktisch, plaats in plastic emmers, die voor bij het altaar worden geplaatst. Wie wil en kan brengt zelf zijn aandeel naar voren. Op die manier worden mensen die zich een bijdrage niet kunnen permitteren, ontzien.