zaterdag 22 september 2018

Dagboek van een Taalmaatje

Dagboek van een Taalmaatje


Dit Dagboek van een Taalmaatje is ontstaan uit privé notities, die ik maakte tijdens mijn wekelijkse bezoeken aan het gezin van Jehad, die ik vanaf maart 2017 begeleid als taalmaatje. Het is vooral een persoonlijk verslag over het wel en wee van Nieuwe Nederlanders. Mensen die, vanwege het oorlogsgeweld, ongewild hun land moesten verlaten en in ons land asiel aangevraagd en gekregen hebben.

Het dagboek beschrijft wat er zich achter de voordeur van het Syrische gezin afspeelt; de 'situatie in de wereld' in het klein. Persoonlijk ervaringen en achtergronden, van wat in de krantenkoppen de 'vluchtelingencrisis' genoemd wordt, worden openhartig beschreven. Daarbij worden hete hangijzers en tenenkrommende situaties niet gemeden. 


Zich op latere leeftijd een nieuwe taal eigen maken, is geen simpele opgave. Geboren en getogen in je eigen vaderland, gaat dat als vanzelf. Je kunt er als kind tien of twaalf jaar over doen. Dat is een vanzelfsprekend proces. De moeilijkheden, die zich daarbij aandienen ontgaan je in je jeugd volledig. Wanneer je de gelegenheid hebt gekregen om een school te bezoeken, heb je ook leren lezen en schrijven. En kun je, waar het uiteindelijk om gaat, deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Langzaamaan realiseer ik me dat die vaardigheden voor een belangrijk deel ook je status in de samenleving bepalen. Ze dragen bij aan zinnige, sociale contacten en beïnvloeden  zo je welbevinden, zowel functioneel als emotioneel.

In het Dagboek van een Taalmaatje neem ik de positie van een meelevende en 'deelnemende' toeschouwer in. Daarbij dienen zich  soms tenenkrommende situaties aan, vooral wanneer het gaat om gebrek aan inleving in de achtergronden van het hoe het waarom van vluchtelingen. Tijdens mijn wekelijkse bezoek vertelden zij hun vluchtverhaal, hoorde ik over hun ontberingen tijdens de reis over de middellandse zee, over hun hoop en wanhoop. Steeds opnieuw werd ik daarbij echter verrast door het vermogen van deze Syriërs om kleine en grote ongemakken te relativeren. Steeds meer begon ik hun veerkracht, doorzettingsvermogen, gevoel voor humor en vitale sociale vaardigheden te waarderen. Er bloeide een oprechte wederzijdse vriendschap tussen mij, als taalmaatje, en het gezin, die ik tot heden koester als een geschenk.

Eigenlijk onbekend terrein voor mij, dat taalmaatje zijn. De Arabisch cultuur was mij niet geheel en al vreemd. Enkele jaren heb in Zuid-Egypte als fysiotherapeut gewerkt en Syrië heb ik eens als vakantieland bezocht. In Egypte had eind jaren tachtig kennis gemaakt met de impact die het heeft om in een totaal andere cultuur te leven, te wonen en te werken. Ik was er weliswaar op uitnodiging en genoot er een bijzondere gastvrijheid, maar de omslag die ik moest maken was er niet minder om. Deze Syriërs zijn niet op uitnodiging in Nederland, zoals ik dat in Egypte was. Om vertrouwd te raken met de Egyptische taal en cultuur woonde ik drie maanden cultuur in Caïro en volgde daar een taalcursus. In Egypte voelde ik me meer Nederlander dan in Nederland, een eenmaal terug in eigen land duurde het langer dan gedacht om weer te wennen aan het Hollandse. 

Een nieuwe taal en een totaal ander cultuurpatroon. Daarbij krijg je ook een ander perspectief op je eigen achtergrond. Allerlei zaken die je als vanzelf-zwijgend hebt aangenomen en waar je van kindsbeen af aan mee vertrouwd bent, gaan op de schop. Dat vraagt om een soepele geest, een buigzame opstelling, maar roept ook conflicten en heibel op.

Die ervaringen hebben bijgedragen aan mijn motivatie om me als taalmaatje aan te melden bij de vrijwilligersorganisatie. De spreekwoordelijke gastvrijheid, die in de Arabische cultuur is ingeweven, heeft daarbij geholpen. Zo kreeg ik te tegelijk te maken met de gastvrijheid in onze eigen cultuur. Een wereld van verschil!


Een nieuwe taal en een totaal ander cultuurpatroon. Daarbij krijg je ook een ander perspectief op je eigen achtergrond. Allerlei zaken die je als vanzelf-zwijgend hebt aangenomen en waar je van kindsbeen af aan mee vertrouwd bent, gaan op de schop. Dat vraagt om een soepele geest, een buigzame opstelling, maar roept ook conflicten en heibel op.

Als gepensioneerd fysiotherapeut, vertegenwoordig ik voor hen een 'onbekende' wereld. Een 'nieuwe' wereld, waar ik hen vertrouwd mee wil maken. Iedere keer dat ik door het voortuintje van het Syrische gezin loop, de voordeur van hun huis open gaat en ik over de drempel stap, kom ik in een andere en tegelijk toch min of meer vertrouwde wereld. Ik hoop net zo min 'vreemd' voor hen te zijn, als zij dat zijn voor mij.


In het Dagboek van een Taalmaatje heb ik geprobeerd het ‘klein’ te houden en niet met pasklare oplossingen te komen voor de 'vluchtelingencrisis', als die er al zouden zijn. Ik heb geprobeerd individuen, mensen zoals u en ik, onder de aandacht te brengen. Mensen die je vaak zonder te groeten op straat voorbij loopt en waarvan je totaal niet weet wat er in hun hoofden afspeelt.


Het dagboek van een Taalmaatje

is voor € 16,95

te koop in de reguliere boekhandel 

te bestellen via Bol.com

of  via

hllhoedemaker@gmail.com



met de aankoop van het dagboek draagt u bij aan rijles voor Jehad











zondag 1 juli 2018

Treinen naar Sicilië

Deze keer niet even vliegensvlug op vakantie, maar in een tempo passend bij mijn leeftijd. Dat is het privilege van een 65+er 😀.  Slow-travelling! Boekje lezen, bij het raampje zitten en genieten van alles dat - toch wel in sneltreinvaart - voorbij komt. Geen gedoe met bagage, geen urenlange wachttijden, geen extreme security-checks, niet in je stoel met krappe beenruimte vastgegordeld zitten maar een bistro-wagon tot je beschikking en in- en uitstappen waar je maar wilt. "Op ijzeren wielen door dertig landen in Europa; dat spoort wel." Het zou zomaar een reclame voor een Interrail pas kunnen zijn. Kedeng Kedeng ... Oe Oe ...  hoor ik Guus Meeuwis zingen.

Een verrassend alternatief die interrail pas die niet alleen voor gebudgetteerde studenten toegankelijk is. Ik heb die pas aangeschaft om tijdens een maand zeven treinreizen door Europa te maken. Uiteindelijk gebruik ik er maar drie van.

De eerste rit maar meteen doorgezakt tot in de uiterste teenpunt van de Italiaanse laars: Reggio di Calabria. Met de rail-planner-app een trip via Duitsland opgespoord. "Frankrijk is momenteel riskant vanwege stakingen," aldus een aardige NS-balie mevrouw. Breda - Brussel - Keulen - Frankfurt - Basel - Arth-Goldau - Milaan - Bologna - Florence - Rome - Napels - Reggio. Een kleine 24 uur tussen de rails. De mooiste landschappen trekken voorbij. Dorpen, steden, glooiende heuvels, besneeuwde bergen en zilverkleurige meren.

Na 23 uur relaxed treinen stap ik in Reggio uit. Sabrina, de gastvrouw van B&B Anirbas, staat voor het station op me te wachten. Reggio is de zuidelijkste stad van Italië. Er waait een heerlijk verkoelende zeebries. De sfeer is uitermate gemoedelijk met veel restaurants, trattoria's, terrassen en ijssalons. Hier wordt het beste ijs van heel Italië gemaakt, hoor ik. De stad kwam in het wereldnieuws toen een sportduiker in 1972 i Bronzi di Riace uit zee opviste. Na een expositiereis door Italië vonden deze twee levensgrote bronzen beelden van Griekse krijgers in 1981 hun definitieve standplaats in de archeologische afdeling van het Nationaal Museum van Reggio. De beelden zijn een toeristische attractie van de eerste orde.

Sabrina brengt me naar de haven vanwaaruit de ferryboot de Straat van Messina oversteekt en ik op  Sicilië beland. "Je moet er zeker de cannoli proeven," adviseert ze bij het afscheid "en ook Taormina bezoeken." Taormina is een van de mooiste kustplaatsjes op Sicilië. In de Corso Umberto, de enige hoofdstraat die het mondaine stadje rijk is, verdringen zich hordes buitenlandse toeristen. De overblijfselen van het Grieks-Romeinse amfitheater is een populaire trekpleister. Hoog in de heuvels logeer ik bij B&B Villa Sara. Het is genieten geblazen van de stilte op het terras met een prachtig zicht op de baai beneden en de nog regelmatig rochelende Etna.

Van Taormina naar Catania is net iets meer dan 50 km. Een goed uur met de bus. Dat is goed te doen. De bussen zouden, naar verluid, op Sicilië beter op tijd rijden dan de treinen. Catania is een behoorlijk grote stad. Met ruim 300.000 inwoners volgt het qua inwonertal Palermo op. Midden in de stad aan de Via VI Aprile, vlak bij het Centraal station, vind ik onderdak in de speels en kunstzinnig ingerichte B&B Ipnos op de eerste etage van een historisch pand. Aan de oostzijde van het Piazza de Duome staat de kathedraal van Catania, gewijd aan Sint Agatha. Aan de overkant van het plein bevinden zich talrijke eethuisjes rond de dagelijkse vismarkt.

Vanuit Catania rijdt een comfortabele bus op weg naar Agrigento in bijna drie uur dwars door het binnenland naar de andere kant van het eiland. Agrigento wordt stad der goden genoemd naar de vele overgebleven oude Griekse tempels in de vallei van de tempels. Aan het station tref ik na enig zoeken een lokale bus naar AgriTurismo Due Ganèe. Aan het einde van de busrit wordt ik in the middle of nowhere afgezet. Van daaruit rol ik mijn koffertje door de glooiende en geurige heuvels van het Siciliaanse binnenland. Op aanwijzing van de naamborden van de B&B kom ik uiteindelijk op de plaats van bestemming. Een aangename Scirocco - gelukkig zonder het beruchte Sahara-stuifzand  - blaast de middaghitte, die tussen de eeuwenoude olijfbomen in de vallei hangt, over de heuvels weg. La Casa Madre ontvangt me hartelijk met open armen, een glas koud water en een heerlijke cappuccino. Ze dacht dat ik helemaal vanaf Agrigento was komen lopen. Ik laaf me aan de bekoorlijke rust op het riante terras met een adembenemend uitzicht. Het avondeten, cena, wordt aan een lange tafel op het terras opgediend. Hier ontmoet ik de andere gasten. La Madre kookt de sterren van de hemel, zonder dat de Michelin-gids het in de gaten heeft. We tafelen nog lang na in de zwoele zomervond onder het genot van lokale likeurtjes en de onvermijdelijke limoncello.



Van Agrigento is het een kwartiertje rijden naar Porto Empedocle, de haven van waaruit iedere dag om 11.00 uur 's avonds de boot naar Lampedusa vertrekt. Ik ben ruim op tijd. Jammer, maar helaas gaat de boot vandaag niet. Morgenvroeg vaart een andere maatschappij naar het verafgelegen  eilandje in de middellandse-zee. Onverwacht overnacht ik in  B&B La Giara aan de Via Roma, aanbevolen door de scheepvaartmaatschappij. Op een warme avond als deze leven de Sicilianen op straat. Het is er op de zomeravond goed toeven in het kleine stadje aan de haven. Zelfs een lonely-traveller is er geen vreemdeling.

De volgende ochtend vertrekt de ferryboot keurig op tijd naar Lampedusa. Een tocht van negen uur over wat de mooiste zee van de wereld genoemd wordt. Op weg naar het uiterst zuidelijke puntje van Europa raak ik onder de indruk van de onmetelijke uitgestrektheid van de middellandse zee. Hemelsbreed is de afstand van de Noordkaap in Noorwegen naar het Italiaanse eiland Lampedusa 4.034 km. Via de weg ligt het meest noordelijke puntje van Europa 5423 km. van het uiterste zuidelijke puntje vandaan. Je doet er twee dagen en achttien uur met de auto over, lees ik, maar dan moet je wel doorrijden, vermoed ik en nergens onderweg blijven hangen.

Onderweg wordt bij Linosa aangelegd. Het is een piepklein eilandje waar ongeveer 500 mensen wonen in een prachtige natuur te midden van een glasheldere diepblauwe zee. Afgelegen, dat wel. Een paar passagiers gaan aan land. Het is ook als vakantiebestemming populair, vooral voor Sicilianen. Ladingen bouwmateriaal en voorraden levensmiddelen worden aan het schilderachtige haventje uitgescheept. Linosa behoort samen met Lampione evenals het wat grotere Lampedusa tot de Pelagische eilanden. Lampione is een onbewoond eiland en beschermd natuurgebied. Tot mijn verbazing lees ik dat de eilandjes geologisch bij Afrika horen. Sommigen zien het als een deel van Tunesië.

Lampedusa zelf is een zonovergoten vakantieoord, erg in trek bij de Italianen. Het heeft een eigen vliegveldje om de talloze vooral Italiaanse toeristen dagelijks heen en weer te vliegen van de stad naar het strand. Het eiland is vooral in het nieuws als 'Poort tot Europa' voor bootvluchtelingen. Ik verwachtte hier dan ook drommen vluchtelingen aan te treffen. In de vijf dagen dat ik op het eilandje verbleef en rond gekeken heb, heb ik er niet één gezien. Bij navraag blijken de vele vluchtingen die hier aankomen met water, koffie, voeding en kleding door de eilandbewoners verwelkomd te worden. Ze verblijven echter maar kort en trekken dan weer snel verder Europa in.

Aan de zee staat heel symbolisch een boei met de tekst: Ti Amo 💙. Sicilië is met Lampedusa, misschien wel het meest gastvrije land van Europa. Op deze toegankelijke drempel tussen Afrika en Europa, aan alle kanten omgeven door de zee, staat Italië staat letterlijk op zijn tenen met een gastvrijheid om blij van te worden.



vrijdag 7 april 2017

Egypte - van Luxor naar Qena

In Luxor is toerisme van oudsher dé bron van inkomsten. Zonder reisgezelschap word je er nogal eens verrast door de 'opdringerigheid' waarmee venters hun koopwaar en diensten aanbieden. Ook als je beleefd aangeeft er niet van gediend te zijn, kun je erg vasthoudend 'achtervolgd' worden. Dat heeft alles te maken met de terugval in diezelfde toeristensector en met het ontbreken van een sociaal vangnet voor degenen die geen werk meer hebben. De enorme kloof tussen straatarm en superrijk wordt van staatswege niet overbrugd door sociale voorzieningen, zoals dat in Nederland het geval is. Steeds weer verrast het mij hoe deze maatschappelijk onderscheiden milieus met elkaar omgaan; zij leven ermee alsof het de normaalste zaak van de wereld is. 

Als buitenlander word je al snel aangezien voor een miljonair. Relatief gezien ben je dat ook, uitgedrukt in Egyptische ponden. De reis alleen al naar het Land van de Nijl vertegenwoordigt al vlug meer dan een jaarsalaris voor een reguliere werknemer. Als 'buitenstaander' is het lastig zicht te krijgen op het financiële circuit waarin de bevolking leeft. Op markten en in de locale winkels wordt betaald met piasters. Een piaster is één 100ste van 1 Egyptisch pond = 5 eurocent. De inflatie van de Egyptische munt is gigantisch. Als toerist krijg je geen piasters in handen.  Er worden voor toeristen andere bedragen ( in ponden ) berekend dan voor Egyptenaren. Op de markt, voor souvenirs en in sommige hotels is dat meestal het geval. Een ander - eigenlijk heel sociaal - fenomeen dat daarmee samenhangt is dat prijzen niet vast staan. Ik heb zelfs een keer, in een luxe hotel, voor een postzegel meer moeten betalen dan het bedrag dat erop afgedrukt staat. Je koopt het in een dure omgeving, die moet óók betaald worden was het - moreel gefundeerde - argument van de verkoper. 

De ethiek is: je geeft naar vermogen. Je onderhandelt over de prijs of geeft dat wat je je kan permitteren. Soms hoor je van een taxichauffeur wanneer je naar de ritprijs informeert: je bent mijn vriend, betaal wat je wil. In de praktijk levert dat bij toeristen per saldo meer op dan het bedrag dat afgesproken wordt. Een kapper knipt soms een minder bedeeld iemand, die daar dan niet voor hoeft te betalen. Een ander economisch model dan in Nederland dus. Ik moest er echt aan wennen, maar ondertussen kan ik ermee overweg. Sinds ik de achtergrond ervan besef, waardeer ik het ook. Dit 'systeem' houdt rekening met human interest, persoonlijke noden en omstandigheden; het doet een beroep op morele verantwoordelijkheid.

Aiman houdt dagelijks een aantal kamers schoon in Jolie Ville. Als medewerker van de huishoudelijke dienst ontvangt hij 800 pond per maand - dat is dus 40 euro - om zijn 4 kinderen en zijn vrouw te onderhouden. Hij is erg dankbaar wanneer ik wat kleding voor hem achterlaat, waarvoor ik een briefje moet schrijven en ondertekenen dat ik het hem echt gegeven heb. Van de 'extended family' is er altijd wel iemand in de familie die in Saudi-Arabië werkt, in een een van de Golfstaten, Europa of Amerika. Zij sturen hun familie maandelijks geld en voorzien zo vaak in het levensonderhoud van grote groepen mensen. De 'extended family' is uitgebreider dan het kerngezin en meerdere generaties maken er deel van uit; broers, zussen, ooms, tantes en neven en nichten zorgen voor elkaar, voor de grootouders en de pasgeborenen in de familie. Het sociale vangnet is hier dus anders 'georganiseerd' dan in Europa; het is meer en eerder gebaseerd op onderlinge betrokkenheid.    

Vandaag ga ik terug naar de plaatsen waar ik in 1989/1990 gewerkt heb. Op weg naar het gehucht Ma-anna, een dorpje op de rand van de woestijn naast de stad Qena. Het is een rit van 70 kilometer langs groen bebouwde landbouwvelden en door een aantal dorpen. Er zijn beduidend meer veiligheidscontrole punten. Eind jaren -80 was er eentje, nu passeren we er wel vijf of zes, zonder evenwel aangehouden of gecontroleerd te worden.


Het is voorjaar. De mimosa, tamarisk, jasmijn en bougainville staan volop en uitbundig in bloei. Zij zorgen voor geur en kleur langs de weg, net zoals de enorme velden met kruiden en specerijen - waar Egypte op de wereldmarkt een flink aandeel in heeft - met zwarte en witte peper, kaneel, dille, koriander, rozemarijn, tijm, basilicum, munt en saffraan. Het is nu de oogsttijd voor suikerriet, tomaten, ui en knoflook. Kleine ezelskarretjes vervoeren de tomaten en zijn afgeladen met knoflook en ui. Soms zie je nog een kameel met een enorme takkenbos suikerriet op zijn rug, maar het merendeel wordt nu per vrachtwagen vervoerd of met een op kolen gestookt locomotiefje dat een groot aantal wagonladingen over een enkelspoortje door de velden naar de suikerfabriek trekt.


Onderweg kopen Ali ( de taxichauffeur ) en ik een paar kilo groente en fruit in voor Fathi, een van de medewerkers van het revalidatiecentrum waar ik gewerkt heb en waar ik bevriend mee ben geraakt. Hij weet dat we komen en dat betekent dat ons een flinke maaltijd te wachten staat. We willen hem niet op kosten jagen, maar hij en zijn vrouw zullen zonder twijfel weer alles uit de kast halen om ons op een copieus en rijk maal te trakteren. Geheel tegen de bedoeling van het bezoek in, zal hij er desnoods geld voor gaan lenen. Ik vind dat vreselijk, maar er is geen ontkomen aan. Het enige dat ik kan doen is de kosten compenseren - wat gebruikelijk is - met als gevolg dat er de volgende keer nog grootser uitgepakt wordt.  

Alvorens naar Fathi te gaan, bezoeken we eerst de Tempel van Dendera die, zoals ik gehoord had van de archeologen in Eka Dolli, schoongemaakt en opgeknapt is. Aan de plafonds, die door roet zwartgeblakerd waren, zijn schitterende, kleurrijke afbeeldingen uit faraonische tijden te voorschijn gekomen. Het hele tempelcomplex is onder handen genomen. Waar de tempel, gelegen tussen de akkers en de velden, als bezienswaardigheid voorheen nauwelijks enige aandacht trok, ligt die nu aan het eind van een officiële en geasfalteerde aanrij-route. Er is een enorme parkeergelegenheid, er zijn souvenirwinkeltjes en er is een heuse kassa gekomen, waar toegangskaartjes tot de tempel verkocht worden. Nu nog wachten op bezoekers.

Naast het bij de tijd brengen van toeristische trekpleisters, is het opvallend hoe hard er gewerkt is aan de aanleg van wegen en bruggen ter verbetering van de infrastructuur. Allemaal met het oog op de toeristenstroom, die tot op heden op zich laat wachten. Bij de tempel vertrekt er net een bus met ongeveer 10 of 12 toeristen. Verder wandelt er een verliefd Egyptisch stelletje en ontwaar ik één fotograaf op het enorme tempelcomplex. Niettemin loopt er minstens 15 tot 20 man personeel rond.




Bij Fathi en zijn vrouw worden we ontzettend hartelijk ontvangen. Fathi zat al een uur tevoren voor zijn huis op de stoep. Het weerzien roept allerlei emoties op en het is bijzonder troostrijk te horen dat het revalidatiecentrum, dat we 25 jaar geleden begonnen zijn, nog steeds open is en dagelijks een groot aantal patiënten behandelt. Veel van de oud collega's zijn met pensioen of overleden. We doen wat oude vrienden doen: herinneringen ophalen. Zijn vier mooie dochters zijn nog steeds niet getrouwd. Wanneer de meisjes ongetrouwd thuis blijven, zijn ze een financiële 'last' voor de ouders. Hij klaagt er niet over en als ik voorstel dat ze naar buiten gaan, omdat de jongens ze anders niet te zien krijgen, moet hij lachen. Meisjes horen hier in het dorp niet zonder begeleiding op straat te gaan. 

Er wordt ons een heerlijke, traditioneel Egyptische maaltijd voorgeschoteld met geroosterde kip, veel vlees, gestoofde groenteschotels en buiten-in-de-zon-gerezen brood, 'zonne-brood' genoemd. Fruit na en zoete zwarte thee. We zitten daarbij naar plaatselijk gebruik op de grond. Vóór zonsondergang nemen we afscheid, wensen elkaar het allerbeste en hopen, bij leven en welzijn, Inch Allah, op een voorspoedig weerzien.